, laatste wijziging
Eet waar de stoep smaller wordt

Indische rijsttafel, Surinaamse rotie, een haring van de kar, een tosti in een bruin café. Amsterdam eet door elkaar. Een ranglijst heeft hier weinig zin; de keuken om de hoek wisselt sneller dan een lijstje.
Albert Cuyp, en de kleinere markten
De Cuyp is de bekendste lijn. Noordermarkt en de boerenmarkt zijn kleiner, andere dagen. Pin kan bijna overal, contant niet overal meer. Als de rij de stoep blokkeert, loop door — twee kramen verder is het dezelfde vis.
Kaas
Jong, belegen, oud. Soms komijn of kruidnagel. Vraag een klein stuk om te proeven; de meeste winkels doen dat zonder gedoe. De wielen achter de toonbank zijn geen decor.

Haring en stroopwafel
Haring van een kar eet je staand, met ui, soms zuur. Als je geen rauwe vis lust, sla hem over. Niemand houdt score. Een warme stroopwafel op de markt is iets anders dan het pak uit de supermarkt; beide bestaan.
De kaart
Dagschotel is wat de keuken die dag over heeft, niet automatisch goedkoper. Het “tourist menu” bij het station smaakt ernaar. Fooi is hier geen vast percentage; afronden of een klein bedrag extra is gebruikelijk, geen wet.
Allergie: zeg het, in het Nederlands of Engels, en vraag of ze het apart kunnen houden. Dat is een vraag, geen contract.
Veel eetstraten: De Pijp, Oud-West, Haarlemmerbuurt. Wijken
